In het voorjaars-programma spelen we twee Nederlandse composities na een Italiaanse klassieker. Rossini schreef een aantal opera’s en van La Gazza Ladra spelen we de ouverture. Het verhaal van de opera gaat natuurlijk over relaties en driehoeksverhoudingen en diefstal in oorlogstijd. Aan het eind gaat er niemand dood; de dief blijkt een ekster (ladra).

Na dit spektakel gaan we ruim honderd jaar verder in de tijd, naar de Nederlander Julius Rontgen. Zijn composities hoor je nog steeds erg weinig, terwijl hij zoveel prachtige stukken geschreven heeft. Zijn derde cello concert schreef hij in 1928. Het is een romantisch stuk waar de delen in elkaar over gaan. De cello introduceert meteen het eerste thema, dat in het hele stuk verweven is. Er ontstaan in het concert mooie duetten met blazers en altviool en de kleur van de celesta geeft het hemelse tinten. Een mooi lyrisch middendeel zorgt voor een rustpuntje waarna in het derde deel een actief ritmisch slotdeel volgt. In de cadens, tegen het eind van het stuk, kan de solist rond het eerste thema gaan variëren, waarna het thema van het derde deel nog eenmaal terug keert.

Na de pauze klinkt de enige symfonie van de Johannes Verhulst, dat hij schreef toen hij 28 jaar was. Er zijn invloeden te horen van Mendelssohn en Schumann, componisten die hij erg bewonderde. Verhulst schreef de symfonie toe hij in Leipzig woonde, waar hij het Euterpe orkest dirigeerde. Voor dit orkest schreef hij ook zijn enige symfonie. In een geheel eigen stijl worden mooie thema’s uitgewerkt en in elkaar gevlochten tot een mooie symfonie. Klassiek van opzet, met een mooi langzaam tweede deel, een vlot scherzo en een snel slotdeel doen je afvragen waarom je niet meer van hem hoort.

Verhulst heeft een oeuvre dat verder bestaat uit liederen, ouevrtures, missen en werken voor kleinere ensembles, waaronder een aantal strijkkwartetten.

Toelichting op het programma: